De meeste beheerders van een collectief warmtesysteem zijn er redelijk gerust op. Het systeem draait, er is een onderhoudscontract, en als er iets misgaat wordt het opgelost. Tot iemand vraagt om dat te onderbouwen — een toezichthouder, een eigenaar, een verzekeraar of een partij die het systeem wil overnemen. Dan blijkt het vertrouwen vaak te berusten op ervaring en niet op gegevens.

Deze blog is bedoeld voor asset owners, warmtebedrijven, woningcorporaties en vastgoedbeheerders die warmte leveren of laten leveren. Je leest wat er onder de Wet collectieve warmte van je gevraagd wordt, wat er nu al verplicht is, waar uitval in de praktijk begint, en wat er in een leveringszekerheidsdossier hoort te zitten.

Leveringszeker zijn en het kunnen aantonen zijn twee dingen

Een systeem dat al zeven jaar zonder grote storing draait, is niet daarmee aantoonbaar leveringszeker. Het kan ook zeven jaar geluk zijn geweest, of een systeem dat zo ruim is bemeten dat het nog nooit op zijn grens is getest.

Het verschil doet er om twee redenen toe. De eerste is dat het toezicht die kant op beweegt: de ACM krijgt onder de Wcw nieuwe taken op het gebied van leveringszekerheid, en daarbij hoort een rapportageplicht. De tweede is praktischer. Op het moment dat er wél iets misgaat — bij een koudegolf, bij een bronstoring, bij een leverancier die uitvalt — is de vraag niet of je er iets aan kon doen, maar of je kunt laten zien dat je het had kunnen zien aankomen.

Een dossier is dus geen administratieve last die je achteraf samenstelt. Het ontstaat tijdens de normale bedrijfsvoering, of het ontstaat niet.

Wat er onder de Wcw van je gevraagd wordt

Leveringszekerheid loopt als een draad door de hele Wet collectieve warmte. Het is een criterium bij het vaststellen van een warmtekavel, het is onderdeel van de aanwijzingsprocedure van een warmtebedrijf, en het komt terug in het uitgewerkt kavelplan en het investeringsplan. Voor wie warmte levert, worden twee onderdelen concreet.

De leveringszekerheidsrapportage

Een aangewezen warmtebedrijf dat een collectieve warmtevoorziening exploiteert, stelt jaarlijks een leveringszekerheidsrapportage op en stuurt die naar het college en de ACM. Voor warmtebedrijven met een ontheffing of vrijstelling — de kleine collectieve warmtesystemen — ligt die frequentie op eens per drie jaar.

Eens per drie jaar klinkt als weinig. In de praktijk betekent het dat je drie jaar aan gegevens moet hebben waar op dat moment iets zinnigs uit te halen valt. Wie pas begint met vastleggen als de rapportage in zicht komt, rapporteert over een periode waarvan hij niets weet.

De ACM kan naar aanleiding van zo’n rapportage het warmtebedrijf opdragen maatregelen te nemen om de leveringszekerheid beter te borgen. In zwaardere gevallen reiken de bevoegdheden verder: de wet voorziet in ingrijpen wanneer een warmtebedrijf zijn taken structureel niet meer kan uitvoeren.

De bekwaamheidstoets

De huidige vergunningstoets wordt vervangen door een bekwaamheidstoets. Daarbij beoordeelt de ACM of een warmtebedrijf organisatorisch, technisch en financieel in staat is om de wettelijke taken uit te voeren. Die toets komt terug bij nieuwe systemen, bij overdracht van een aanwijzing of ontheffing, en bij de vraag of een partij de markt mag betreden.

Dat is een andere vraag dan of je installatie deugt. Technische bekwaamheid gaat over of je de mensen, de processen en de informatie hebt om een systeem draaiend te houden. Organisatorische bekwaamheid gaat over of dat niet afhangt van één persoon met veel ervaring en geen opvolger.

Wat er nu al verplicht is: de storingsregistratie

Los van de Wcw geldt er al een verplichting die veel eigenaren onderschatten. Een warmteleverancier moet een storingsregistratie bijhouden waarin staat om welke storing het ging, hoe lang die duurde en wie er last van had. Bewoners moeten daaruit kunnen afleiden of zij recht hebben op compensatie.

Die registratie is geen formaliteit. De ACM heeft warmteleveranciers er eerder nadrukkelijk op aangesproken dat hun registratie op orde en toegankelijk moest zijn, met de mogelijkheid van een last onder dwangsom of een boete in het achterhoofd. En in geschillen is het ontbreken van een storingsregistratie voor rekening van de leverancier gekomen: wie niet kan laten zien hoe lang een storing duurde, kan ook niet aantonen dat er geen compensatie verschuldigd was.

Daarmee is de storingsregistratie het beste startpunt voor een leveringszekerheidsdossier. Je moet hem toch al hebben, en hij bevat precies de gegevens waar je later iets aan hebt.

Een hardnekkig misverstand over de vier uur

In de markt leeft het beeld dat een storing binnen vier uur verholpen moet zijn. Dat klopt op twee punten niet, en het verschil is belangrijk genoeg om recht te zetten.

Ten eerste is de grens geen vier maar acht uur. Tot 1 juli 2019 gold een storing van langer dan vier uur als ernstige storing; sindsdien ligt die drempel op acht uur. De vergoeding bedraagt 35 euro bij een storing van 8 tot 12 uur, plus 20 euro voor elke volgende periode van vier uur.

Ten tweede, en dat is het wezenlijke punt: het is een compensatiedrempel, geen hersteltermijn. De wet schrijft niet voor binnen welke tijd een storing verholpen moet zijn. Hij regelt vanaf wanneer een verbruiker recht heeft op een vergoeding. De enige termijn die wél op herstel ziet, is de vierentwintig uur waarbinnen de ene ernstige storing per twaalf maanden die zonder compensatie mag blijven, opgelost moet zijn.

Waarom dit uitmaakt: wie stuurt op een vermeende wettelijke termijn van vier uur, stuurt op het verkeerde. De relevante vraag is niet of je binnen een bepaald aantal uren klaar bent, maar of je kunt laten zien wanneer de melding binnenkwam, wat je hebt gedaan en wanneer het was opgelost. Dat is wat een toezichthouder, een geschillencommissie en een eigenaar willen zien.

Wat verder van belang is: er is geen compensatieplicht als de oorzaak niet in het warmtenet van de leverancier of de netbeheerder ligt, of bij overmacht. En bij gepland onderhoud vervalt de plicht als de onderbreking minstens drie dagen van tevoren is aangekondigd. Ook dat zijn dingen die je alleen kunt aantonen als je ze hebt vastgelegd.

Waar uitval in de praktijk begint

Voor bewoners ziet een storing er in drie varianten uit: geen verwarming, geen warm water, of allebei. Dat is wat er gemeld wordt. Waar het vandaan komt is een andere vraag.

In de praktijk is de opwekzijde het meest bepalend voor uitval. Dat is logisch: distributie en afleversets falen meestal lokaal en raken één woning of één streng, terwijl een probleem in de opwek het hele gebouw of het hele net raakt. Een storing aan een afleverset levert één melding op, een storing in de opwek levert er honderd op.

Voor een leveringszekerheidsdossier betekent dat iets concreets: de inspanning hoort niet gelijk verdeeld te zijn over de keten. Monitoring, redundantie en vervangingsplanning wegen het zwaarst aan de opwekzijde.

Er is nog een tweede patroon dat minder zichtbaar is. Een flink deel van de kosten bij storingen zit niet in de storing zelf maar in de afhandeling: een monteur sturen voor iets wat telefonisch op te lossen was, of de verkeerde partij inschakelen omdat niet duidelijk is wie waarvoor verantwoordelijk is. Dat kost tijd, geld en goodwill, en het verlengt de duur van de storing waar je later over moet rapporteren.

Back-up en piekvoorziening: het verschil tussen twee toestellen en redundantie

De meeste collectieve warmtesystemen hebben een back-up- of piekvoorziening. Vaak is dat een gasketel naast een warmtepomp, oorspronkelijk bedoeld om de koudste dagen op te vangen.

Een piekvoorziening is echter niet automatisch een back-up. Het verschil zit in drie vragen. Kan de voorziening de volledige warmtevraag dragen, of alleen het verschil tussen de basislast en de piek? Springt hij automatisch bij of moet iemand ter plaatse iets omzetten? En wordt hij periodiek getest, of staat hij elf maanden per jaar stil en wordt er op de twaalfde maand op gerekend?

Die laatste is in de praktijk de belangrijkste. Een toestel dat zelden draait, is het toestel waarvan je het minst weet. Een functietest vóór het stookseizoen is daarom geen luxe maar de enige manier om te weten of je back-up er ook is als je hem nodig hebt.

De Wcw laat overigens uitdrukkelijk ruimte om back-up of piekbelasting in te kopen bij een naburig collectief warmtesysteem, zonder dat het eigen systeem daardoor als onlosmakelijk verbonden geldt. Voor kleine systemen met beperkte eigen redundantie kan dat een reële route zijn.

Wat er in een leveringszekerheidsdossier hoort

Er bestaat geen wettelijk voorgeschreven model. Wat een dossier bruikbaar maakt, is dat het drie vragen kan beantwoorden: wat is er gebeurd, wat heb je eraan gedaan, en wat weet je over wat er nog kan gebeuren.

OnderdeelWat erin hoort
StoringshistoriePer storing: melding, aard, getroffen aansluitingen, duur, oorzaak en herstelmoment. Dit overlapt grotendeels met de verplichte storingsregistratie.
MeetgegevensAanvoer- en retourtemperaturen, drukken, draaiuren en verbruik, met genoeg historie om trends van uitschieters te onderscheiden.
InstallatiegegevensWat er staat, van welk bouwjaar, met welke verwachte levensduur en wanneer het laatst is onderhouden.
RedundantieWelke back-up- of piekvoorziening er is, wat die kan dragen, of hij automatisch bijspringt en wanneer hij voor het laatst is getest.
OpvolgingHoe meldingen binnenkomen, wie ze beoordeelt, wie er wordt ingeschakeld en binnen welke tijd. Inclusief bereikbaarheid buiten kantooruren.
VervangingsplanningWelke componenten de komende jaren aan vervanging toe zijn en of daar budget voor is. Dit is waar het dossier het MJOP raakt.
VerantwoordelijkhedenWie waarvoor aan de lat staat in de keten, vastgelegd in contracten in plaats van in gewoonte.

Wat je nu al kunt vastleggen

Niets hiervan hoeft te wachten op de inwerkingtreding van de wet.

  • Controleer of je storingsregistratie voldoet en of bewoners erbij kunnen. Dit is de enige verplichting uit dit artikel die vandaag al geldt.
  • Leg bij elke storing vast wanneer de melding binnenkwam en wanneer het was opgelost. Niet alleen dát het is opgelost. Zonder tijdstempels heb je geen duur, en zonder duur heb je geen dossier.
  • Test je back-up- of piekvoorziening vóór het stookseizoen en leg vast dat je het hebt gedaan.
  • Zorg dat je meetgegevens bewaard blijven. Data die alleen in een lokale regelaar staat en na dertig dagen wordt overschreven, telt niet als historie.
  • Leg de rolverdeling in de keten schriftelijk vast. Bij een storing is de discussie over wie aan zet is de grootste tijdverspiller.
  • Kijk of je de drie uitzonderingen kunt onderbouwen: oorzaak buiten je eigen net, overmacht, en tijdig aangekondigd onderhoud. Dat zijn precies de situaties waarin je achteraf iets moet kunnen bewijzen.

Hoe Ecopulz dit organiseert

Wij beheren collectieve warmtesystemen voor asset owners en voeren daarbij de bedrijfsvoering en het storingsmeldpunt uit. Het dossier waar dit artikel over gaat, ontstaat bij ons als bijproduct van dat werk in plaats van als aparte klus.

Concreet: het platform Altima leest per installatie een vaste set parameters uit, zodat er historie is in plaats van momentopnamen. Meldingen komen binnen op één punt, worden beoordeeld voordat er iemand rijdt, en worden vastgelegd met de gegevens die je later nodig hebt. De bereikbaarheid ligt tussen de 96 en 98 procent en elk telefonisch contact krijgt opvolging. Over de systemen die wij beheren gaat een vaste rapportage naar de asset owner.

Dat beoordelen vooraf is niet alleen een kostenpost minder. Het is ook wat de storingsduur kort houdt, en dus wat er straks in de rapportage staat.

Wil je weten of je voor je eigen systemen een dossier zou kunnen samenstellen als er morgen om gevraagd werd, dan is dat in een gesprek vrij snel duidelijk.

Uit de praktijk: lees hoe Ecopulz bij de warmtenetten van Firan elke storing vastlegt met oorzaak, herstelmaatregelen en verbeteracties.

Conclusie

Leveringszekerheid wordt onder de Wcw een onderwerp waarover je verantwoording aflegt: jaarlijks als aangewezen warmtebedrijf, eens per drie jaar als je een ontheffing of vrijstelling hebt. De ACM kan naar aanleiding daarvan maatregelen opleggen.

Wat daarvoor nodig is, is geen nieuw systeem maar vastleggen wat er al gebeurt. De storingsregistratie die je nu al moet bijhouden is het startpunt; meetgegevens met historie, een geteste back-up en een schriftelijke rolverdeling maken het compleet.

En stuur niet op de vier uur die veel mensen voor een wettelijke termijn aanzien. De vraag die telt is niet hoe snel je klaar was, maar of je kunt laten zien wat er is gebeurd.

Veelgestelde vragen over leveringszekerheid

Moet ik rapporteren over de leveringszekerheid van mijn warmtesysteem?

Een aangewezen warmtebedrijf stelt jaarlijks een leveringszekerheidsrapportage op voor het college en de ACM. Voor kleine collectieve warmtesystemen met een ontheffing of vrijstelling geldt een frequentie van eens per drie jaar.

Binnen hoeveel uur moet een warmtestoring verholpen zijn?

De wet schrijft geen hersteltermijn voor. Wel geldt een compensatieregeling: bij een storing van 8 tot 12 uur bedraagt de vergoeding 35 euro, plus 20 euro voor elke volgende periode van vier uur. Eén ernstige storing per twaalf maanden mag zonder compensatie blijven, mits die binnen vierentwintig uur is opgelost.

Wat is het verschil tussen een piekvoorziening en een back-up?

Een piekvoorziening vult de basisinstallatie aan op de koudste momenten. Een back-up kan de levering overnemen als de basisinstallatie wegvalt. Of een piekvoorziening ook als back-up dienstdoet, hangt af van het vermogen, of hij automatisch bijspringt en of hij periodiek wordt getest.

Wat is de meest voorkomende oorzaak van uitval in een collectief warmtesysteem?

De opwekzijde is het meest bepalend. Storingen in de distributie of aan een afleverset raken meestal één woning of één streng, terwijl een probleem in de opwek alle aangesloten woningen tegelijk treft.

Wat moet er minimaal in een storingsregistratie staan?

Om welke storing het ging, hoe lang die duurde en wie er last van had. Bewoners moeten daaruit kunnen afleiden of zij recht hebben op compensatie. Het ontbreken van die registratie komt in geschillen voor rekening van de leverancier.

Meer weten?

Leave a Reply