Bij een collectief warmtesysteem in een appartementencomplex kunnen meerdere partijen betrokken zijn: een eigenaar van de installatie, een exploitatievennootschap, een beheerpartij die het onderhoud uitvoert en bewoners die maandelijks voor hun warmte betalen. Wie van hen juridisch de warmteleverancier is, is niet altijd duidelijk.
De ACM heeft die vraag in handhavingszaken meerdere keren beantwoord. In zaken over appartementencomplexen stelde de toezichthouder vast dat de partij die eigenaar is van het systeem en warmte levert, de warmteleverancier van de bewoners is en zich daarom aan de Warmtewet moet houden.
Deze blog is bedoeld voor asset owners, warmtebedrijven, exploitatiemaatschappijen, woningcorporaties, VvE- en vastgoedbeheerders. Je leest wanneer je onder de Warmtewet valt, welke verplichtingen dan gelden, waar het in de praktijk vastloopt en wat er verandert met de Wet collectieve warmte. Het is een praktische uitleg en geen juridisch advies: voor je eigen situatie blijft een juridische toets verstandig.
Wanneer ben je warmteleverancier?
Je bent warmteleverancier in de zin van de Warmtewet als je warmte levert aan verbruikers met een aansluiting tot 100 kilowatt én je niet hun verhuurder of hun VvE bent.
De wet richt zich op die groep verbruikers: vooral huishoudens en kleinere zakelijke afnemers. Lever je aan hen, dan gelden de verplichtingen uit de wet, met of zonder vergunning.
Op die hoofdregel bestaat een belangrijke uitzondering. De wet zondert twee situaties uit: de verhuurder die warmte levert aan zijn eigen huurder, en de vereniging van eigenaars die warmte levert aan haar eigen leden. Zij gelden niet als warmteleverancier. De gedachte erachter is dat de huurder al bescherming heeft via het huurrecht en het VvE-lid via het verenigingsrecht.
Precies daar ontstaat de verwarring. Zodra de warmte niet wordt geleverd door de verhuurder of de VvE zelf, maar door een aparte rechtspersoon, vervalt die uitzondering. Een exploitatie- of energie-bv die bij de oplevering van een nieuwbouwproject is opgericht, is niet de verhuurder van de bewoners. Die partij is dus wél warmteleverancier en moet aan de volledige set verplichtingen voldoen.
En als je verhuurder of VvE bent?
Uitgezonderd betekent niet vrijgesteld van alles. Wie als verhuurder of VvE warmte doorlevert aan huurders of leden, heeft volgens de ACM geen vergunning nodig en hoeft het warmtenet niet aan te melden. Maar er blijven verplichtingen rond meten en afrekenen bestaan.
Het verbruik moet volgens de regels worden gemeten, huurders en leden hebben in beginsel recht op een individuele meter, tenzij plaatsing aantoonbaar technisch niet haalbaar of te duur is. Voor het meten geldt een maximumtarief en er hoort minimaal één keer per jaar een duidelijke afrekening te komen. Bij all-in huur is een jaarafrekening juist niet toegestaan. Voor de eigen aansluiting op het warmtenet heb je bovendien de rechten van een verbruiker: je eigen leverancier mag niet meer rekenen dan de maximumtarieven die de ACM vaststelt.
De verplichtingen van een warmteleverancier op een rij
Val je wel onder de Warmtewet, dan gelden onder meer de volgende verplichtingen. De ACM werkt ze volledig uit in de Leidraad Warmtelevering.
| Verplichting | Wat het inhoudt |
|---|---|
| Warmtenet aanmelden | Als je warmteleverancier bent, moet je warmtenet bij de ACM zijn aangemeld. Aanmelden is verplicht, ook zonder vergunning. |
| Vergunning aanvragen | Verplicht als je levert aan meer dan 10 verbruikers én meer dan 10.000 GJ warmte per jaar levert. Daarna gelden de vergunningseisen. |
| Maximumtarieven | Je mag niet meer rekenen dan de maximale tarieven voor warmte en koude die de ACM vaststelt. |
| Warmteovereenkomst | Vooraf verplichte informatie geven: capaciteit van de aansluiting, minimum- en maximumtemperatuur, meetmethode, kosten, looptijd, opzegvoorwaarden, betaalmogelijkheden en klachtafhandeling. |
| Verbruik meten | Via een individuele meter, warmtekostenverdelers of een kostenverdeelsystematiek. Verbruikers hebben in beginsel recht op een individuele meter, tenzij plaatsing aantoonbaar technisch niet haalbaar of te duur is; bij aansluiting op of na 25 oktober 2020 gaat het om een slimme individuele meter. |
| Jaarrekening | Minimaal jaarlijks een duidelijke en begrijpelijke afrekening, met verbruik en alle kostenposten inclusief btw, binnen zes weken na de periode van twaalf maanden. |
| Storingscompensatie | Bij een onderbreking van meer dan acht uur kan een vergoeding verplicht zijn. Je betaalt die uit eigen beweging; de verbruiker hoeft er niet om te vragen. |
| Storingsregistratie | Storingen bijhouden en publiceren op een goed vindbare plek, bijvoorbeeld je website. |
Wat er precies in de storingsregistratie hoort
Die laatste verplichting wordt het vaakst onderschat en is tegelijk het makkelijkst te controleren. Van elke storing die langer dan acht uur duurde, publiceer je in elk geval de datum en het tijdstip waarop de storing begon, de duur ervan, het warmtenet of project waar de storing plaatsvond en het aantal verbruikers voor wie de warmtelevering stopte. Voor kortere storingen volstaat een samenvatting: het totale aantal en de gemiddelde duur.
Waar het in de praktijk misgaat
De storingsregistratie is de bekendste valkuil. Toen de ACM in 2020 navraag deed bij veertig warmteleveranciers, bleek dat veel van hen geen of slechts een beperkte registratie publiceerden. Sindsdien heeft de toezichthouder meermaals ingegrepen, onder meer met een last onder dwangsom, en in februari 2026 stuurde de ACM opnieuw een brief aan warmteleveranciers over storingscompensatie en storingsregistratie.
Wat de ACM verlangt, laat zich alleen vooraf organiseren. Om te kunnen publiceren wanneer een storing begon, hoe lang die duurde en hoeveel verbruikers getroffen waren, moeten die gegevens op het moment zelf worden vastgelegd: het tijdstip van de melding, het moment van vaststelling, het moment van herstel en de betrokken aansluitingen.
Hetzelfde geldt voor de compensatie bij langdurige storingen. Volgens de ACM hoeft de verbruiker daar geen verzoek voor in te dienen; de leverancier betaalt uit eigen beweging. Dat veronderstelt dat bekend is welke aansluitingen hoe lang zonder warmte hebben gezeten. Wat een storing kost en welke uitzonderingen er gelden, staat in onze blog over storingscompensatie bij warmte.
In een keten van opwek, transportnet, warmteoverdrachtstation, distributienet en afleverset zijn bovendien meerdere partijen actief, elk met een eigen taak. Hoe die rollen zich tot elkaar verhouden, lees je in onze uitleg over wie waarvoor verantwoordelijk is in een collectief warmtesysteem.
Wat verandert er met de Wet collectieve warmte?
De Warmtewet wordt vervangen door de Wet collectieve warmte (Wcw). De Eerste Kamer nam de wet op 9 december 2025 aan; in januari 2026 is de tekst in het Staatsblad gepubliceerd en enkele artikelen traden in februari 2026 al in werking. De ACM gaat in haar routekaart uit van inwerkingtreding per 1 januari 2027, waarbij de uitwerking in het Besluit collectieve warmte en een ministeriële regeling nog loopt. Voor de definitieve data blijven de publicaties van de ACM en de Rijksoverheid leidend.
Op drie punten raakt de Wcw direct de vraag uit deze blog.
Ten eerste komt er een verbod om zonder aanwijzing warmte te leveren of te transporteren. De gemeente wijst per warmtekavel een warmtebedrijf aan. Voor bestaande situaties geldt overgangsrecht: het college moet binnen een jaar na inwerkingtreding een aanwijzingsbesluit nemen.
Ten tweede krijgen kleine systemen een eigen route. Een klein collectief warmtesysteem heeft maximaal 1.500 aansluitingen. Bestaande kleine systemen die onder het overgangsrecht vallen, moeten binnen een half jaar na inwerkingtreding een ontheffing aanvragen bij het college.
Ten derde krijgen verhuurders en VvE’s een meldplicht. Wie als verhuurder of VvE warmte levert aan huurders of leden, meldt de bestaande levering binnen zes maanden bij het college. Met die melding ontstaat automatisch een ontheffing voor een klein collectief warmtesysteem die dertig jaar geldig is, mits het systeem aan de criteria voldoet.
Belangrijk voor de tussenperiode: zolang het college een bestaand warmtebedrijf nog niet heeft aangewezen, blijven artikelen uit de Warmtewet gewoon van toepassing. Er ontstaat dus geen periode waarin de verplichtingen even niet gelden. Wat de Wcw verder betekent voor het dagelijks beheer van je net, lees je in onze blog over de Wet collectieve warmte.
Wat je hiervoor moet vastleggen
Aanmelden en een vergunning aanvragen doe je één keer. Bemetering, afrekening, compensatie en registratie zijn terugkerend werk.
De publicatie-eisen van de ACM laten zien wat daarvoor vastgelegd moet worden: het tijdstip waarop een storing begon, de duur, het betrokken warmtenet of project en het aantal getroffen verbruikers. Voor kortere storingen het totale aantal en de gemiddelde duur. Die gegevens ontstaan tijdens de opvolging van een melding, niet erna.
Een van de doelen van de Wet collectieve warmte is een betere borging van de leveringszekerheid van collectieve warmte. Hoe je afspraken over opvolging en registratie vastlegt met je beheerpartij, staat in onze blog over SLA en KPI’s voor warmtenetbeheer.
Hoe Ecopulz dit organiseert
Volgens de eigen dienstenpagina’s neemt Ecopulz de bedrijfsvoering van collectieve warmtesystemen over voor asset owners, inclusief klantcontact, storingsafhandeling, onderhoudssturing, leveranciersmanagement en rapportage. Bewoners melden storingen bij het storingsmeldpunt, dat 24/7 bereikbaar is en waar elke melding wordt getrieerd. Via het platform Altima worden installaties gemonitord, worden afwijkingen gesignaleerd en volgen maandrapportages over prestaties en kosten.
Wat Ecopulz niet doet, is even belangrijk om te benoemen. De juridische kwalificatie van je organisatie — ben je warmteleverancier, en welke vergunning, ontheffing of melding hoort daarbij — is een vraag voor je jurist. Ook de tarieven en de facturatie richting bewoners liggen bij het warmtebedrijf.
Uit de praktijk: lees hoe Ecopulz voor InWarmte het 24/7 storingsmeldpunt organiseert, inclusief de rapportage die nodig is voor de storingsregistratie.
Conclusie
Of je warmteleverancier bent, hangt niet af van hoe je jezelf noemt maar van je positie in de keten. Lever je warmte aan verbruikers met een aansluiting tot 100 kilowatt en ben je niet hun verhuurder of hun VvE, dan gelden de verplichtingen van de Warmtewet: aanmelden, mogelijk een vergunning, maximumtarieven, een correcte overeenkomst, bemetering, een tijdige jaarafrekening, compensatie bij lange storingen en een storingsregistratie die je publiceert.
Het grootste deel daarvan komt voort uit registratie tijdens de dagelijkse opvolging. De gegevens die de ACM gepubliceerd wil zien — aanvangstijdstip, duur, betrokken net en aantal getroffen verbruikers — ontstaan op het moment van de storing zelf. Met de Wcw in aantocht, en daarmee aanwijzing, ontheffing en meldplicht, is dit een goed moment om te controleren welke rol je formeel hebt en of je registratie die rol kan onderbouwen.
Weet je niet zeker welke verplichtingen bij jouw situatie horen, of hoe je de opvolging en registratie inricht? Ecopulz neemt de bedrijfsvoering van collectieve warmtesystemen over, inclusief het storingsmeldpunt en de rapportage. Plan een kennismaking en loop je situatie door met een specialist.
Lees ook: warmtetarieven onder de Wcw: wat verandert er wél en wat voorlopig niet?.
Veelgestelde vragen over de verplichtingen van een warmteleverancier
Wanneer ben je warmteleverancier onder de Warmtewet?
Als je warmte levert aan verbruikers met een aansluiting van maximaal 100 kilowatt. Uitgezonderd zijn de verhuurder die levert aan zijn eigen huurders en de VvE die levert aan haar eigen leden. Een aparte exploitatie- of energie-bv valt niet onder die uitzondering en is dus wel warmteleverancier.
Geldt de Warmtewet ook voor woningcorporaties en VvE’s?
Voor warmtelevering aan hun eigen huurders of leden gelden zij niet als warmteleverancier. Verplichtingen rond meten en afrekenen blijven wel bestaan: huurders en leden hebben in beginsel recht op een individuele meter, tenzij plaatsing aantoonbaar technisch niet haalbaar of te duur is, er geldt een maximum meettarief en er hoort minimaal jaarlijks een duidelijke afrekening te komen.
Wat moet er in een storingsregistratie staan?
Bij storingen langer dan acht uur ten minste de datum en het tijdstip van aanvang, de duur, het warmtenet of project en het aantal getroffen verbruikers. Voor kortere storingen volstaat het totale aantal en de gemiddelde duur. De registratie moet op een goed vindbare plek worden gepubliceerd.
Wanneer heb je een warmtevergunning nodig?
Als je warmte levert aan meer dan 10 verbruikers én meer dan 10.000 GJ per jaar levert. Beide voorwaarden gelden tegelijk. Als je warmteleverancier bent, moet je het warmtenet bij de ACM aanmelden, ook als je geen warmtevergunning nodig hebt.
Wat verandert de Wcw voor kleine collectieve warmtesystemen?
Een klein collectief warmtesysteem heeft maximaal 1.500 aansluitingen. Bestaande systemen die onder het overgangsrecht vallen, moeten binnen een half jaar na inwerkingtreding een ontheffing aanvragen. Verhuurders en VvE’s melden hun bestaande levering binnen zes maanden bij het college en krijgen daarmee automatisch een ontheffing voor dertig jaar.

